Munt van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, waarschijnlijk uit 1947. Hiervan zijn er ca. 40.000 geslagen.
Het ontstaan van boordgeld is een direct gevolg van de geldzuivering die al vrij snel na het beëindigen van de Duitse bezetting werd ingevoerd. Tijdens de bezetting mochten er alleen bankbiljetten in de roulatie zijn die door de Duitsers waren goedgekeurd. Omdat veel van onze biljetten een afbeelding of tekst hadden die in verband kon worden gebracht met het koningshuis, moesten deze worden aangepast of vervangen. Aan het einde van de oorlog bleek er een enorme hoeveelheid van dat oorlogsgeld in roulatie te zijn, veel meer dan ooit verantwoord kon worden, zodat een geldzuivering nodig was.
Door de geldzuivering mocht er geen geld worden uitgevoerd. Deze maatregel had grote gevolgen voor het betalingsverkeer op de internationale scheepvaart. Daar kwam bij dat juist in deze periode extra veel schepen op Nederlandsch-Indië zouden gaan varen (repatrianten, beginnende onlusten).
Een reis duurde toen nog gemiddeld drie tot vier weken en dan zou een betaalmiddel aan boord vanzelfsprekend niet mogen ontbreken. (bron: www.boordgeld.nl) Foldertje dat de SMN uitbracht op passagiers wegwijs te maken in het gebruik:





